Toen in 2011 de eerste reeks van Black mirror werd uitgezonden, leken veel van de scenario’s nog onrealistisch en dachten we dat het zo’n vaart niet zou lopen. De serie bood een duistere inkijk in hoe technologische evoluties de samenleving kunnen ontwrichten. Vandaag zijn veel van die technologische concepten zodanig in ons leven geïntegreerd dat het vreemd voelt om de afleveringen opnieuw te bekijken. De dystopie uit de serie is onze realiteit geworden.

De uitschakeling van Iraanse kopstukken met behulp van hoogtechnologische volgsystemen, de oorlog in Oekraïne waarbij soldaten angstig een volgende zwerm drones afwachten, of de sociale kredietsystemen in China waarbij burgers een score toegekend krijgen: het zou zo uit Black mirror geplukt kunnen zijn. Ook dichter bij huis zien we dat Uber, Airbnb of Vinted sociale ratingsystemen hanteren, die bepalen of iemand veel of weinig kan verdienen op het platform.

Bij het opstellen van hun businessplan lijken sommige bedrijven en start-ups zich aan Black mirror te spiegelen. Swarm Biotactics, bijvoorbeeld, ontwikkelt biorobotische insecten voor defensieapplicaties en werkt samen met onder andere het Duitse leger. Die dingen lijken wel héél erg op de killer bees uit de aflevering van Black mirror waarin mini-drones, ontwikkeld om de uitgestorven bijen als bestuivers te vervangen, gehackt worden om personen uit te schakelen die gehaat worden op sociale media.

Hersenimplantatie is the next big thing in techland, een technologie die in Black mirror gretig misbruikt werd om herinneringen en emoties te digitaliseren, waarbij de grens tussen digitaal en realiteit verdwijnt. Tegelijk worden robots steeds menselijker. Begin april werd een patent van Tesla gepubliceerd voor een robothand gebaseerd op de menselijke anatomie. Die zal de Optimus-robots in staat stellen de menselijke behendigheid na te bootsen en neemt ons daarmee een van de laatste vaardigheden waarin we nog superieur waren, letterlijk uit handen.

Verschillende start-ups bieden vandaag al digitale kopieën aan van overleden mensen op basis van hun socialemediaprofiel, al dan niet met een avatar erbij. Net als in de aflevering ‘Be right back’, waarin een meisje op zolder een bestofte robotreplica vindt van de overleden partner van haar moeder en daarmee in interactie gaat. De robothonden van Boston Dynamics kunnen er wel schattig uitzien, maar er worden ook defensierobots ontwikkeld, uitgerust met wapens. Het duurt niet lang of je waant je in de aflevering ‘Metalheads’ waarin moorddadige robothonden de laatste overlevende mensen in een postapocalyptische wereld opjagen.

Wellicht spant Palantir de kroon. Dat techbedrijf koppelt data uit verschillende bronnen aan elkaar en zoekt daarin via AI-patronen. Die technologie wordt gebruikt door verschillende overheden en legers. Zo vormt Palantir al de digitale ruggengraat van verschillende overheidsdiensten, zoals ICE, de FBI of de CIA in de Verenigde Staten of Frontex in Europa.

In het Verenigd Koninkrijk is Palantir al zodanig verweven met de National Health Service (NHS) dat loskoppeling volgens experts praktisch onmogelijk is geworden. Door die technische lock-in zijn de medische gegevens van de Britten in handen gekomen van een private techspeler, wat vragen oproept over onafhankelijkheid, privacy en toekomstig gebruik. Ook de Belgische defensie en de FOD Financiën sloten al deals met Palantir. Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) was er een tijdje geleden zelfs op bezoek.

Het bedrijf stelt in een recent uitgebracht manifest dat het de westerse samenleving wil versterken: als wij de AI-wapens niet bouwen, is de teneur, doet een andere niet-westerse partij het wel. Critici vrezen voor techno-imperialisme, waarbij de overheid een vazal wordt, overgeleverd aan Palantirs digitale technologieën. Mensen worden zo herleid tot bronnen van data, waarbij de macht verschuift van verkozen politici naar ondoorzichtige algoritmen die winst boven burgers stellen en zo de samenleving volledig kunnen ontwrichten.